Verslag trainersbijeenkomst 2 september 2018

Verslag trainersbijeenkomst 2 september 2018

Verslag Trainersbijeenkomst 2 september 2018 Irene, Bilthoven

Doel van deze bijeenkomst: trainingen bij de verenigingen verbeteren en ons als trainers te verbeteren aan de hand van tips en opmerkingen vanuit Casper. Eerste aanspreekpunt binnen de vereniging blijft de (jeugd)TC, daarna pas Casper. Organisatorische zaken of technische zaken binnen de vereniging blijven bij de vereniging liggen.

Het is belangrijk om uitdaging en afwisseling te bieden om spelers gemotiveerd te houden, zodat ze willen groeien en ontwikkelen. Wat op topniveau gebeurt, kan altijd vertaald worden naar onze praktijk.

Vandaag: aandacht voor de side-out. In de oefenvormen zullen ‘onhandige’ (5 of 7) aantallen gehanteerd worden, omdat dat vaak lastig gevonden wordt door trainers.

Warming up
Begint al bij op tijd komen; liever een kwartier later beginnen met z’n allen, dan dat iedereen binnen komt druppelen. In de warming up zet je de toon van de training en deze is gericht op zowel fysiek als mentaal. De manier van warming-up werkt de rest van de training door.

Oefening. Alleen rechterarm naar achteren duwen zonder de rest van het lichaam te bewegen; dan diezelfde arm drie keer naar voren en drie keer naar achter bewegen, cirkeltjes maken. Nu nog een keer de rechterarm naar achter duwen. Nu kom je al verder dan net. Nu linkerarm naar achter duwen. Daarna in gedachten de oefeningen doen (zonder ze dus daadwerkelijk uit te voeren). Door jezelf in je hoofd voor te bereiden, kun je eigenlijk al een heleboel bereiken, zonder dat je nog een fysieke inspanning hebt verricht. (=mentaal).

Tweede deel van de warming up is om warm te worden en zoveel mogelijk met gebruik van de bal.

Oefening: per persoon een bal en naar de overkant stuiteren afwisselend met links en rechts; naar achter stuiten en naar voren stuiten. Nu roept Casper ondertussen rekensommetjes en deze moet je in je hoofd uitrekenen tijdens de oefening. De oefening wordt nu lastiger, omdat je ondertussen ook moet nadenken. Hierin heb je een link met een standaard volleybal situatie, waarin je ook moet nadenken en spelen tegelijkertijd. Nu moet je de bal tussen je benen door stuiteren, afwisselend met links en rechts. De vloeiende beweging gaat eruit, omdat je aan het nadenken bent over wat je aan doen bent. Dit is eigenlijk wat je ook in een training wilt doen: Mensen uit hun comfort zone halen om ze uit te dagen en te prikkelen om ervoor te zorgen dat ze beter gaan volleyballen.

Inspelen
Oefening: speler op rechtsachter (1), rechtsvoor (2), linksvoor (3), linksachter (4) en in het midden van het veld. Degene in het midden speelt de bal naar iemand en roept een ander nummer. Je wisselt van positie met degene wiens nummer je hebt geroepen. Je kan dus nooit de bal spelen naar dezelfde persoon als wiens nummer je noemt, want die gaat al lopen naar het midden toe en kan dan niet meer de bal spelen. Voor deze oefening is het belangrijk om vooruit te denken: welk nummer ga ik zometeen roepen en naar wie ga ik de bal spelen?

Er wordt tegenwoordig minder technisch gefloten. Er mag steeds meer, met name bij de eerste bal.

Onderhands
Hoe jonger de kinderen zijn, hoe minder kracht ze nog in de benen hebben en hoe meer ze uit hun armen spelen. Je kan je hier als trainer over frustreren, maar als je de kracht niet hebt, is het eigenlijk een hele logische keus om vanuit de armen te blijven spelen. Het is dus belangrijk om stil te staan wat je aanleert op welke leeftijd.

Oefening: zeven mensen op midachter. 1 persoon aan het net met bal. Omstebeurt het veld in, bal voor jezelf omhoog passen en afvangen. Nu is de oefening vrij rustig en is de kans groot dat er gekletst o.i.d. gaat worden tussendoor. Daarom is het verstandig om de oefening uit te breiden met een spelverdeler op midvoor en een afvanger op linksvoor en rechtsvoor. Kleine uitbreiding, maar de passers moeten nu veel meer lopen, omdat er minder passers zijn. Daardoor wordt het veel dynamischer.

Bovenhands
De bal hoog pakken en snel (strak) spelen. Duimen beginnen achter en eindigen naar voren. Ook dit is weer een voorbeeld van zaken die op hoog niveau ‘uitgevonden’ worden, langzaam naar beneden sijpelen en op elk niveau uitgevoerd kunnen worden.

Aanval
Hoe de setup komt, is afhankelijk van de speler die je hebt staan. Voor een kleine speler zal de setup wat meer van het net af moeten komen, terwijl voor een lange speler de setup meer op het net zal moeten liggen.

Oefening: Casper gooit een snelle setup aan en de rest gaat inslaan. Ondanks dat de setup nu een stuk sneller komt, weet vrijwel iedereen een goede aanvalsloop te maken en een redelijke bal te slaan. Uitbreiding met twee spelverdelers die om en om setuppen.

Op een snellere setup zal je dus ook eerder moeten lopen. Wachten met je aanloop totdat de bal gespeeld wordt, gaat dus niet op. Belangrijk is als aanvaller dat je in de bal beweegt en dat je ruim aan de buitenkant begint, zodat je goed kunt inlopen. Niet iedereen zal dit kunnen, dus het is belangrijk om te bedenken wat haalbaar is en dus nuances aan te brengen. Dus: welke bal kan ik spelen, zodat we het tempo erin houden, maar is wel haalbaar voor de aanvaller om af te maken? Het voordeel is ook dat de snellere setup makkelijker te spelen is voor een spelverdeler niet zoveel kracht heeft. Deze kan de bal dan makkelijker naar de buitenkant krijgen dan wanneer er een hogere bal gespeeld moet worden, want dat kost veel meer kracht. Je kan de spelverdeler dwingen om de bal hoog te bakken door de bal hoog aan te gooien, zodat ze moeten reiken naar de bal. Je kunt ook de spelverdeler wat meer naar het midden laten komen en naar de midden communiceren dat deze mee moet lopen en dus ook wat meer zal moeten opschuiven.

Het is goed om dwingend te zijn in een training! Bijvoorbeeld door een korf tussen de spelverdeler en aanvaller te zetten, zodat ze over die korf heen moeten spelen (dan kunnen ze de bal niet naar de grond spelen).

Oefening: we blijven inslaan, maar nu ga je aan de overkant je eigen bal opgooien en aanvallen. Is een moeilijke oefening, maar alles zit er in: hand-oogcoördinatie, balbaanherkenning en bal controleren.

Bovenhands serveren
Casper vindt het opvallend dat er in jeugdtrainingen vaak weinig aandacht is voor de techniek van het bovenhands serveren.
Het is afhankelijk van het type service dat je wilt oefenen, waar je de bal raakt. Als je niet zo sterk bent, zul je de bal iets meer van onderen moeten raken (‘zeven uur’), als je een floater wilt er recht tegenaan (‘negen uur’) en als je met topspin wilt wat meer over de bal heen (‘tien uur’).

Oefening: Tegen de muur aan oefenen. Gaat het goed dan doe je een stapje naar achteren. Nu heb je ook veel meer een vast punt waar de bal heen geserveerd moet worden in plaats van die grote ruimte aan de andere kant van het veld.

Topspin: losse polsbeweging en hand over de bal. De bal moet voorwaartse rotatie hebben ( in tegenstelling tot een floater, waarbij de bal stil in de lucht moet liggen); zo kunnen spelers ook zelf beoordelen of de service goed is.

Ook hierbij is het weer belangrijk om te kijken wat de mogelijkheden zijn van de betreffende speler. Vaak werkt het ook goed om er een target aan te koppelen door ze bijvoorbeeld in een bepaald vak te laten serveren. Dan hebben ze een doel voor ogen, anders dan alleen maar de bal niet in het net te spelen.

Bij een floater zet je eerst een stap en daarna gooi je de bal pas op, zodat je achter de bal blijft. Bij een spinner gooi je de bal al op voordat je een stap zet, want je wilt onder de bal komen. Wat je doet bij een spinner: Gooi de bal, maak een stap en slaan.

De uitvoering moet hierbij leidend zijn. Zodra de uitvoering goed is, kun je een stap naar achter laten zetten om een grotere afstand te overbruggen. Maar begin dicht bij het net, zodat je eerst je op de technische uitvoering kan richten. Die moet eerst goed zijn, voordat je met afstand gaat werken.

Afronding
Het is belangrijk om gezamenlijk te trainen. Je staat met meerdere teams tegelijkertijd in de zaal, dus hier kunnen we ook gebruik van maken door bijvoorbeeld een warming up gezamenlijk te doen. Dan kan de ene trainer de warming up leiden en de andere trainer wat meer rondlopen en individueel beoordelen. Ook kun je ideeën opdoen van andere trainers. Je kunt heel veel van elkaar leren. Sta ook niet alleen stil bij de mogelijke beperkingen in jouw groep, maar ook stil te staan bij jouw eigen rol en hierop te reflecteren. Ga ook in gesprek met andere trainers hierover en help elkaar. Gebruik elkaar om het zelf beter te kunnen doen.

Remindertrainers van Irene en Cito:
2de bijeenkomst:
Datum: 09 september 2018
Tijd: 10.00 – 13.00 uur (zaal 09.45 uur open)
Locatie: Sportcentrum De Koppeling, De Clomp 1918, 3704 KS Zeist, 030 – 6976732.

Geef een reactie

Sluit Menu